Slavernij

Slavernij bestaat al heel lang. In de Oudheid hielden rijke Romeinen en Grieken al slaven.
 
Slavernij betekent dat een mens eigenaar is van een ander mens. Degene die het eigendom is van de ander wordt gedwongen om voor de eigenaar zwaar werk te verrichten, tegen weinig of vaak zelfs helemaal geen loon. Zo iemand heet een slaaf en zijn lichaam is het bezit van de landeigenaar. Hij is daar dus niet in dienst, heeft geen arbeidscontract en kan dus ook niet stoppen met werken.
In het kort:
  • Nederlanders keken de slavernij af van de Portugezen. Ze veroverden Portugese gebieden in Zuid-Amerika.

  • Nederlanders voeren met Europese goederen naar de Afrikaanse kust, ruilden dit tegen tot slaaf gemaakten, voeren vervolgens naar Amerika en verkochten de mensen, vervolgens keerden ze met de winst van de slavenhandel en goederen uit Amerika terug naar Nederland. Dit noemen ze  driehoekshandel.

  • Tot slaaf gemaakten werden behandeld als vee en hun menselijkheid werd ontkend.

  • Nederland verbiedt vanaf 1814 de handel in slaven. Pas in 1863 schaft Nederland ook de slavernij af, als een van de laatste Europese landen. In werkelijkheid moesten de tot slaaf gemaakten nog tien jaar doorwerken als contractarbeider.